Anti-pestbeleid en conflicthantering

Als school streven naar een warm en sterk schoolklimaat. We willen van de school een plek maken waar het kind zich goed kan voelen, waar het zichzelf kan zijn en vertrouwen kan hebben in zichzelf, zijn klasgenoten en de begeleiders. Pesterijen horen niet thuis in zo’n schoolklimaat: ze verzieken de klassfeer waardoor kinderen zich niet veilig kunnen voelen op school en hun zelfvertrouwen kunnen verliezen.

In de schooljaren 2018-2019 en 2019-2020 zetten we ‘sociale vaardigheden’ extra in de kijker met ons jaarthema ‘Schitterend samen!’ en werken we met proactieve cirkelgesprekken in de klas.

In de kleuterschool staat het welbevinden centraal. Die basis heeft elke kleuter nodig om zich optimaal te kunnen ontplooien en school te ervaren als een veilige, aangename en stimulerende omgeving. Er wordt gewerkt met de handpoppen Cas en Lisa en met maandthema’s die jaarlijks terugkeren. Naarmate de kinderen ouder worden, krijgen deze meer diepgang.

Dit zijn de thema’s die in de lagere school aan bod zullen komen:
• samenwerken, respect tonen voor elkaar, afspraken maken, vertrouwen in de groep;
• gevoelens;
• groepsdynamiek;
• leren omgaan met verschillen;
• effectief communiceren;
• herkennen van pesten;
• signaleren en bespreekbaar maken van pesten;
• verwerven van inzicht in de rol van de groep bij het in stand houden van pesten en andere groepsproblemen;
• oplossen van conflicten en pestsituaties (als groep en individueel).

Herstelgericht werken bij conflicten

Bij een herstelgerichte aanpak richt men zich niet in eerste instantie op de persoon en de regel die is overtreden maar wel op de groep en de relaties die door de overtreding of het conflict geschaad worden. Deze aanpak doet een sterk beroep op het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Een centraal kenmerk in dit relatiebeleid is het gebruik van een verbindende communicatie op school: duidelijk, niet oordelend, respectvol en ondersteunend. Het aanleren van deze communicatievaardigheden zal bijdragen tot de ontwikkeling van een grotere emotionele intelligentie (verbondenheid, assertiviteit, respect en empathie).
Deze vragen worden met de leerling(en) doorlopen:
1. Wat is er gebeurd?
2. Hoe voelde je je daarbij?
3. Wie heeft er schade geleden?
4. Wat kan je doen om het weer goed te maken? (vb. sorrybrief)

De No Blame methode bij pesten

Deze methode passen we toe als pesten niet stopt, in samenspraak met de zorgcoördinator. We brengen eerst zelf de situatie in kaart (vb.: wie is de gepeste, waarover gaat het, wie is de pestkop, wie is de middengroep, is de klas of groep op de hoogte).

Stap 1: we houden een gesprek  met de gepeste leerling

We vragen informatie over wat er aan de hand is zonder ons te verliezen in details: hoe beleeft de gepeste leerling die moeilijke situaties? We leggen uit hoe we de situatie zullen aanpakken, dat niemand gestraft wordt en vragen de toelating om onze aanpak ook effectief uit te voeren. We bespreken samen wie de overleggroep vormt. We overleggen wat we mogen vertellen in de groep. We vragen eventueel naar een verhaal of een tekening die het gevoel van de gepeste leerling het best uitdrukt. We laten weten hoe en wanneer we bereikbaar zijn.

Stap 2: we roepen de groep samen

We spreken de pester(s), leerlingen uit het middenveld en vrienden en/of positief ingestelde klasgenoten aan. De gepeste leerling maakt geen deel uit van de overleggroep.

Stap 3: we leggen het probleem uit

We vertellen aan de groep dat we een probleem hebben. We gebruiken eventueel het verhaal of de tekening als illustratie. We beschuldigen niemand. We maken wel duidelijk dat het probleem moet opgelost worden.

Stap 4: we delen de verantwoordelijkheid

We zorgen dat het voor iedereen duidelijk en zeker is dat er niet zal gestraft worden. We vragen elk groepslid na te denken over hoe hij of zij kan bijdragen tot de oplossing. Zij hebben het meeste contact met de gepeste leerling en zijn dan ook het best geplaatst om het pesten te stoppen.

Stap 5: we vragen de groep naar hun voorstellen

Alle positieve voorstellen worden aanvaard. Ook ‘niets meer doen’ is alvast een goed antwoord. We vragen door over hoe ze hun voorstellen concreet zullen uitvoeren. We vragen om ‘ik-taal‘ te gebruiken: niet wij zullen iets doen maar ‘ik zal het zus of zo doen’. Eventueel kunnen de concrete voorstellen op papier gezet worden.

Stap 6: we laten de verantwoordelijkheid bij de groep

Zij alleen kunnen het probleem oplossen. We bedanken hen en geven ze op een duidelijke manier vertrouwen. We laten hen ook weten dat we over één week met elk van hen individueel zullen spreken. We zorgen ervoor dat ze weten hoe en wanneer we bereikbaar zijn. 

Stap 7: we houden na één week individuele, korte gesprekken met alle betrokkenen

We laten elk groepslid afzonderlijk vertellen over zijn/haar bijdrage. We gebruiken hiervoor vragen zoals: ‘hoe is het nu?’, ‘is het pesten gestopt?’,’ ben jij tevreden?’. Indien de gepeste leerling niet echt tevreden is over het resultaat, bespreken we samen met hem/haar nieuwe doelen. Hierbij is het denkbaar dat met dezelfde groep de procedure (deels) hernomen wordt. Evenzeer is het denkbaar dat een nieuwe groep wordt samengesteld.